Blog

7. dec, 2019

De adventskrans met de vier kaarsjes is het ideale kerstelement om met kleuters het tellen en de hoeveelheden te ontdekken, oefenen. Elke week wordt er een kaarsje aangestoken, elke dag opnieuw tot de tweede week, twee kaarsjes, derde week drie kaarsjes enz zich aanmelden. 

De meeste kleuters zeggen de telrij al wel een eindje op zoals een versje en je mag er vanuit gaan dat een kind normaal tot zijn leeftijd kan tellen. Hoeveelheden herkennen, dus zeggen hoeveel het er effectief zijn is voor een aantal kleuters best moeilijk. 

Met de adventskrans kan je stap voor stap de hoeveelheden 1 - 4 ontdekken en aanbrengen. 

Werkwijze:

Steek een kaarsje aan en laat je kind benoemen hoeveel kaarsjes er branden. 

1, het is er een. Je kan ook vragen hoeveel kaarsjes branden er nog niet. 1, 2, 3, het zijn er drie. Vaak heb je kleuters die wel kunnen aanwijzen en tellen maar nadien de hoeveelheid niet kunnen benoemen, dus telkens opnieuw beginnen met aanwijzend tellen. 

Ga met je kind nu op zoek naar dingen die een zijn, kijk bv naar je lichaam: een neus, een mond, een navel 

Koppel er ook bewegingen aan: ga op een been staan, spring een keer vooruit, steek een vinger in de lucht. 

De tweede week ga je twee kaarsjes aansteken en op dezelfde manier aan het werk, net zoals je met de derde en de vierde week doet. 

Maak van de telopdrachten dagelijkse tussendoortjes of zoekopdrachtjes in huis of in de klas: 

Breng mij eens twee potloden, twee washandjes etc. 

Leg vier pakjes onder de boom, tel de koningen in de kerststal, hoeveel handschoenen heb je, hoeveel handen enz. 

Er zijn tal van mogelijkheden, belangrijkste is dat het regelmatig wordt aangeboden. 

Merk je dat je kindje of een kleuter blijft missen met de telrij, dan kan er een geheugenobstakel zijn. Leer het kind dan het liedje hoedje van papier. Als de telrij goed gememoriseerd is, zal dit het kind motiveren om effectief met de telopdrachtjes aan de slag gaan. 

Leuke uitdagende materialen of opdrachten zijn ook een pluspunt. Daarover vertel ik meer in een volgende blog. 

Heidi Kleuterkracht 

 

6. dec, 2019

Sierlijke lussen maken vraagt een pols die soepel kan bewegen en dat is voor kleuters soms best lastig. 

Wist je dat je kleuters op een leuke manier hierop kan laten oefenen? 

Ik was vroeger zo gek op het spel Onderuit. Door zelf juf te zijn en me te verdiepen in motorische ontwikkeling ontdekte ik hoe dit spel op een leuke manier kan bijdragen aan de voorbereiding naar het schrijven toe. 

 

 

 

 

 

Ontdek hier waarom ik ONDERUIT en topper vind.  👍

 

 

  • Lap de spelregels aan je laars, dit spel bied ik indivdueel aan. 
  • De eerste kennismaking is voor kleuters ontdekken, ze willen de poortjes boven aan openen en de schijven er uit schuiven langs boven. 
  • Bij dit spel moet je de schijven beneden krijgen door te draaien aan de knoppen. 
  • Het vastnemen van de knop vraagt al vingerbeweeglijkheid.
  • De kleuters draaien naar links of naar rechts en dit stimuleert al het afzonderlijk bewegen van de pols, wat ook nodig is bij het schrijven van lussen bv. 
  • Kleuters moeten bij het draaien ook goed doceren, (proprioceptie) want de openingen moeten overeenstemmen met elkaar. Dit vraagt precisiewerk (goed kijken en focussen). Ze gebruiken vaak hun andere hand om het schijfje in de opening te schuiven. 
  • De opeenvolging is ook een denkstap, ze kunnen zich baseren op de volgorde van de cijfers die op het bord staat maar voor bv vierjarigen is dit moeilijk.
  • Je kan bv pijltjes aanbrengen op het bord zodat ze de volgorde kunnen zien (richtingen, oriëntatie) of kleuren aanbrengen bij elke dop en de volgorde bovenaan aangeven. 
  • Als ze door hebben hoe de schijfjes kunnen vallen gaan sommige kleuters met twee doppen tegelijk draaien. Dit stimuleert het lateralisatieproces weer doordat ze met twee handen werken. 

De eerste keer dat ze met dit spel experimenteren is er best wat onhandigheid en frustratie. Het vraagt zelfbeheersing en geduld. 

Het fijne is dat je kinderen op zo'n manier wel kan stimuleren en oefenen en ze dit erg leuk vinden, spelend leren dus. 

Ik wed dat dit spel ook nog bij jou in de kast staat of dat je het vroeger hebt gekregen. 

Er is een nieuwe variatie op, die iets moeilijker is qua behendigheid. HIerbij moet je met sleuteltjes het rad laten draaien. Dat vraagt dan meer beweeglijkheid van de vingers, een sleutelgreep die vervolgens ook weer ontwikkeld naar een pincetgreep en een goede pengreep. 

Heidi Kleuterkracht 

 

3. dec, 2019

Een van de meest gekende spelletjes , al eeuwenoud is de memorie, het spel waarbij je beurtelings kaartjes omdraait en probeert een duo te maken. 

Je oefent er je visueel geheugen mee en het vraagt best veel van je concentratie, gefocust kijken en onthouden. 

Wist je dat een memorie veel meer kan betekenen dan dat? 

Voor Sint heb ik in mijn klas een doppenmemorie. 

Hoe maak je het? Heel eenvoudig.

Verzamel doppen van melkflessen, van dezelfde kleur. Koop leuke sintstickers waarvan je dubbels voorziet. Plak de Sintstickers telkens per duo in twee doppen. Naar gelang de leeftijd kan je het aantal doppen verhogen zodat het spel moeilijker wordt. Voor mijn kleuters heb ik een Zwarte Pietenzak met 16 doppen. 

Ikzelf vind het spel met de kaartjesmemorie minder leuk, dat is persoonlijk. 

Bij deze memorie ben ik verrast hoe graag kleuters er mee spelen. Qua aantrekkelijkheid is dit dus al een aanbevolen werkvorm. 

Maar er zijn nog meer redenen waarom deze memorie net dat tikkeltje meer heeft. 

Hij bereidt kinderen namelijk voor op schrijfmotorische vaardigheden, niet het schrijven zelf maar wel dingen die aan de basis liggen van goed leren schrijven. 

Veel kinderen kampen met een foute pengreep, een minder ontwikkelde pengreep. Dat heeft vaak te maken met niet - geintegreerde reflexen die nog actief zijn en zich manifesteren wanneer een kind een schrijfmiddel in zijn handen krijgt. 

Door de doppen met de volledige hand vast te pakken moet het kind zijn vingers strekken, wijder maken om het dopje vast te kunnen houden. Nadien moet het de vingers weer ontspannen door het dopje neer te leggen 

Elke keer het kind een dopje pakt en omdraait wordt de polsbeweging in actie gezet. Het soepel kunnen bewegen van de pols is belangrijk bij het schrijven. 

Het kind gebruikt beide handen wat het lateralisatieproces weer een duwtje geeft, de beide hersenhelften worden geactiveerd. 

En natuurlijk komen concentratie en visueel geheugen ook aan bod. 

Een goedkoop succesnummer dat knalt bij kleuters. Je kan het ook aanpassen aan elk thema als je veel doppen verzamelt, een echte aanrader dus. 

Veel plezier, Heidi Kleuterkracht 

24. nov, 2019
24. nov, 2019

Een post op  FB

                         de rommelpiet heeft de stoelen in de houtversnipperaar gegooid

(bron: studio swing : https://www.facebook.com/taaldans.rekendans.bewegend.leren/)

Afgelopen zomer hebben mijn duo en ik hetzelfde gedaan in onze klas, niet in de versnipperaar maar wel doorgegeven, en meer bepaald onze bankjes in onze zithoek.

Waarom?

Ze waren een bron van ergernis en frustraties... omwille van ruimtegebrek stonden ze knap in de weg maar als bankje zelf vonden onze kleuters het veel leuker om er over te hangen, liggen, wiebelen, enz. ipv er netjes op te zitten. We hadden er al eens stickertjes op geplakt zodat iedereen zijn plekje had maar dat was ook niet doeltreffend, dus... we waagden het er op en gooiden ze als het ware uit de klas. Alleen een vloerkleed (lees novilon) voor onze kringmomenten. We merkten al zowieso dat het rust bracht en ruimte.

Maar september was nog maar pas begonnen en ook nu merkte ik dat zonder bankjes stilzitten ook moeilijk was. De momenten trachtte ik op te vangen met bewegingstussendoortjes of kleuters die het echt moeilijk hadden op een stoel te zetten. We hadden ook kussens en grasmatten in onze klas waar ze op mochten, als visueel signaal... dat werkte even maar dan niet weer.

Tot een paar weken geleden kwam de vraag, moeten er terug bankjes komen maar de nood aan ruimte en bewegen liet het antwoord negatief blijken. Een paar lijnen ducktape als erkenning om op een lijn te zitten hielp wel. We merkten het verschil. Kleuters die het echt lastig hebben met stil zitten tijdens de onthaalmomentjes, verhaaltjes voorlezen etc, zitten op een stoel. Het helpertje en de mosketier mogen in het zeteltje. En ik kan nu met blijheid zeggen dat deze formule werkt.

Kleuters hoeven echt niet lang stil te zitten dus de klassikale momenten worden en zo kort en krachtig mogelijk gehouden of afgewisseld met momentjes van bewegen.

Door te zitten op op de grond worden kleuters gestimuleerd om hun spieren, gewrichten, te gebruiken om een goede houding aan te nemen. W-zitters worden asap gecorrigeerd. Onze kleuters hebben nu een veel breder steunvlak als ze direct op de grond kunnen zitten wat hen helpt om het evenwicht beter te bewaren.

Kleuters die dit lastig vinden dagen we extra uit met oefeningetjes en opdrachtjes die hun houding verbeteren. Dat gebeurt in de bewegingshoek of tijdens tussendoortjes. Nu de bankjes weg zijn is er ruimte genoeg om bv yogahoudingen aan te nemen, te springen, te  rollen, te fikfakken want dat moet af en toe ook kunnen. 

Moeilijk stilzitten heeft meestal te maken met niet-geintegreerde reflexen. Je kan meer en diepgaande uitleg vinden bij #reflexintegratie. Zeker warm aanbevolen om er meer over te lezen en in tussentijd kan je al tegemoet komen aan de beweeglijkheid van kleuters door ze op de grond te laten zitten. 

Heidi Kleuterkracht